Wij waren ingedeeld in de 1e klasse B en dit betekende dat wij uitreizen moesten maken naar Amsterdam (2x), Haarlem (2x), den Haag, Leiden, Vlaardingen, den Bosch en naar Maasvogels aan de Mergelweg, Maastricht. De Bond snapte ook wel dat dit wel wat veel was en gaf heel genereus 250 gulden subsidie voor de reiskosten. Dit was natuurlijk bij lange na niet genoeg en daarom besloten de spelers van Heren 1 om gezamenlijk een krantenwijk te gaan doen! Dit betekende dat ze bij toerbeurt in alle vroegte vóór naar het werk of school te gaan eerst in Malpertuis 300 kranten moesten bezorgen. Maar ja, alles voor het goede doel.
En dan zeg je misschien wel: “Nou ja, in seizoen 2016/17 moesten de meisjes U18 (!) zelfs 13 keer het hele land door!” Ja dat is ook heftig, maar “vroeger was alles toch veel erger”. Op de eerste plaats had de bond weliswaar subsidie gegeven, maar voor de tijdstippen van onze uitwedstrijden weigerde ze ons ook maar een beetje tegemoet te komen. Om zeven uur en half acht in Amsterdam aantreden, om half acht in Haarlem en om half negen in Den Bosch. Allemaal wedstrijden die niet met de trein bezocht konden worden. Dus moest er een busje gehuurd worden. Wel duur, maar daar hadden we natuurlijk wel voor gewerkt. En bovendien was het zo met zijn allen in het busje ook wel knotsgezellig.
Bovendien had je de tijd aan jezelf en kon je het zo laat maken als je wilde. Zo waren we er wel in geslaagd om de beide Haarlem-wedstrijden op één dag te mogen spelen: tegen H.O.C. om 14.00u (84-35 verloren) en tegen Typhoons om 19.00u (52-35 verloren). We waren hierdoor zo depri dat we besloten ons verdriet te gaan verdrinken in Amsterdam. Toen we daar het café uit rolden om naar het busje te gaan was het zo laat dat we “de Stille Omgang” tegen kwamen. Een katholieke processie waar nu altijd nog duizenden pelgrims aan meedoen en waarin niet gesproken of gezongen mag worden.
Wat de ritten met het busje extra moeilijk maakte was dat de autoweg vanaf Roermond nog niet klaar was. Vanaf daar moest je verder over de Rijksweg kruipen. Bovendien staat de winter van 1963 bekend als een van de zwaarste van de vorige eeuw. Denk maar eens aan de Elfstedentocht van Reinier Paping. In dat jaar lag er van Kerstmis ’62 tot maart 63 sneeuw en de temperatuur kwam gedurende drie maanden niet boven nul uit!! Legendarisch is in dit verband onze wedstrijd tegen Te Werve in de Hourusthal in Den Haag. Die hal had aan een lange zijde een wand van slechts twee meter hoog en verder was hij tot aan het plafond gewoon open. Na vijf minuten begon het te sneeuwen en je kunt je voorstellen dat het veld aan die kant onbespeelbaar werd. Kennelijk gebeurde dat daar wel vaker, want over staken van de wedstrijd werd niet gesproken. Wij waren al lang blij. Anders hadden we die trip nog eens moeten maken. Een groot verschil met nu is ook dat wij geen mobieltje hadden. Dus ook geen navigatie. Alles moest nog met wegenkaarten en straatnamenboeken. Wat dit betekent kun je lezen in onderstaand krantenverslag van de wedstrijd Kimbria – Typhoons. Zij moesten met de politie naar de Hoogbrugstraat geloodst worden!

Maar hoe verging het ons nu eigenlijk sportief gezien? In het begin ging het best wel redelijk. Zeker thuis waar de tegenstanders veel moeite hadden met ons veld. De eerste thuiswedstrijd tegen E.B.B.C. (het huidige Heroes Den Bosch, winnaar van 18 landstitels…) ging nog verloren met 37-38. De twee volgende werden gewonnen waarvan je hieronder van eentje het verslag kunt lezen. Maar toen was de koek op en werden alle wedstrijden verloren. Gaandeweg het seizoen veranderde onze yell indachtig onze krantenwijk dan ook in
GEZÈT, GEZÈT, GEZÈT, HEI KRIEGE VEER WEER ’N TÈT!!

Uiteindelijk eindigden we op de tiende en laatste plaats. Maasvogels deed het niet veel beter en werd negende. Het resultaat was dat alle twee de Maastrichtse ploegen weer degradeerden naar het District Limburg. Jammer, maar wel heel wat ervaringen rijker.
Tekst en archieffoto door:
Lambert van Lieshout
BC Kimbria origins – The National 1st class B: what an experience!
We were placed in the 1st division B, which meant we had to travel to Amsterdam (twice), Haarlem (twice), The Hague, Leiden, Vlaardingen, ‘s-Hertogenbosch, and Maasvogels on Mergelweg in Maastricht. The federation understood this was a bit much and generously provided a 250-guilder subsidy for travel expenses. This, of course, wasn’t nearly enough, so the Men’s 1 players decided to do a paper round together! This meant they took turns delivering 300 newspapers in Malpertuis early in the morning before going to work or school. But hey, it was all for a good cause.
And then you might say: “Well, in the 2016/17 season, the U18 girls (!) even had to travel across the country 13 times!” Yes, that’s tough, but “everything used to be much worse.” First of all, the association had indeed subsidized our matches, but they refused to budge even a little on the times of our away games. We had to play at 7:00 and 7:30 in Amsterdam, 7:30 in Haarlem, and 8:30 in ‘s-Hertogenbosch. All these games couldn’t be attended by train. So we had to rent a van. It was expensive, but we’d certainly worked for it. And besides, it was incredibly cozy all together in the van.
Plus, you had the time to yourself and could stay up as late as you liked. That’s how we managed to play both Haarlem matches in one day: against H.O.C. at 2:00 PM (we lost 84-35) and against Typhoons at 7:00 PM (we lost 52-35). We were so depressed that we decided to drown our sorrows in Amsterdam. When we rolled out of the café to go to the van, it was so late that we came across “de Stille Omgang” (the Silent Procession). A Catholic procession that still draws thousands of pilgrims, and in which no speaking or singing is permitted.
What made the bus journeys particularly difficult was that the highway from Roermond wasn’t finished yet. From there, you had to crawl further along the highway. Moreover, the winter of 1963 is known as one of the harshest of the last century. Just think of Reinier Paping’s Elfstedentocht (Eleven Cities Tour). That year, there was snow from Christmas ’62 to March ’63, and the temperature didn’t rise above freezing for three months! Our match against Te Werve in the Hourusthal in The Hague is legendary in this regard. That hall had a wall only two meters high on one long side, and the rest was open all the way to the ceiling. After five minutes, it started snowing, and you can imagine the field on that side became unplayable. Apparently, that happened often there, because there was no talk of abandoning the match. We were already happy. Otherwise, we would have had to make that trip again. A big difference from now is that we didn’t have cell phones. So no navigation either. Everything still had to be done with road maps and street names. You can read what this meant in the newspaper report below of the Kimbria – Typhoons match. They had to be escorted to Hoogbrugstraat by the police!

But how did we fare, actually, from a sporting perspective? Initially, things went quite well. Especially at home, where our opponents had a lot of trouble with our field. The first home game against E.B.B.C. (now Heroes Den Bosch, winner of 18 national titles…) was lost 37-38. The next two were won, one of which you can read the report of below. But then it was all over and we lost all the matches. As the season progressed, our yell, mindful of our paper round, changed to:
“Alright, alright, alright — here we go again, we’re getting another round!”

We ultimately finished in tenth and last place. Maasvogels didn’t fare much better, finishing ninth. As a result, both Maastricht teams were relegated to the Limburg District. A shame, but a lot richer in experience.
Text and archive photo:
Lambert van Lieshout







